Corre type G 1905
CORRE - LA LICORNE
Voornaam:     Jean-Marie
Achternaam:      Corre
Nationaliteit:       Frankrijk
Geslacht:       man
Geboortedatum:  21-05-1864
Geboorteplaats:  Tremel
                 Bretagne, Frankrijk
Overleden:    18-09-1915
(gebroken man)       te Guingamp
begraven te Plestin Les Grèves
trouwde:       17-08-1892
Marie Augustine Kerharo
te Plestin les grèves
Beroep:     
wielrenner:    1891-1895
fietsenmaker:
1895-1901 in Parijs
1908-1914 in Rueil
autobouwer: 
1899-1907 in Parijs
1908-1914 in Rueil





1906
1907

Jean Marie Corre 1864 - 1915
Corre 1904
Corre 1904
GRAND PRIX DE L' A C F circuit de la seine inférieure 2 juillet 1907   d'HESPEL
Corre 1904
Corre type F 1905
Corre 1905 type F
sigarenbandje
le Tour
Corre
Corre
reproductie en publicatie
verboden zonder toestemming
© webmaster
©coop
Automobiles Corre - La Licorne Courbevoie Paris          1901-1949
Corre 1905 type F
Corre 1904
In 1906 bouwde Corre samen met zijn stagiaire Waldemar Lestienne een 10,6 liter racewagen voor de Grand Prix, maar hij zag het niet zitten om zelf te rijden. Daarvoor had hij coureur Pierre d'Hespel  bereid gevonden.




1906
Folder uit 1912 van
Cycles "CORRE & C" te Rueil

Helaas heeft TNT post deze Historische folder zoek gemaakt !!
tussen 23 mei en 7 juni 2008



reproduction forbidden
systeem "Renault" op een de Dion-Bouton motor
geïntroduceerd in 1894/1895, De De-Dion driewieler was heel populair en verkocht rond 1899 wereldwijd over de 14,000 exemplaren.
© LECONTE
foto flicr.com
J.M.Corre
Corre & Cie 204-206 Avenue de Paris "Rueil" Paris

Corre & Cie
1907-1915
reproductie en publicatie
verboden zonder toestemming
© webmaster

coureur Pierre d'Hespel
© LECONTE
Corre 1906 double coupé
foto magazine
Corre 1905 type G
Corre 1905 type F
Corre monocylindre 1901
Corre 1904
G.Fouillaron (directeur Corre) 1898-1901
Corre:           1901-1907
Corre & Cie: 1907-1915

http://lepetitbraquet.free.fr/chron6_charles_terront.htm
Corre type G - 1905
foto Flickr.com

In de eerste Corre ( type E) werd een 1 cilinder 3 PK Dion Bouton motor geplaatst. De motor werd watergekoeld en had kopkleppen. Deze kettingaangedreven wagen met drie versnellingen was niet echt een monster maar hij was goed ontworpen en robuust. Met deze auto werd deelgenomen aan de race "Paris-Toulouse-Paris" maar uiteindelijk won Marcel Renault in de categorie 'voiturettes"waarin Corre ook ingeschreven had. Voor de race "Paris-Berlin" had Corre twee wagens ingeschreven en de wagen die Morin bestuurde behaalde de 36e plaats in het totale klassement en de derde plaats in de categorie "voiturettes". In 1902 behaalde een auto van Corre de vierde plaats in de race van Parijs naar Wenen. Een zilveren medaille werd behaald met een auto van Corre rijdend op alcohol in de race van "Circuit de Nord". Corre zelf reed ook met een auto van zijn hand maar kreeg steeds problemen maar reed de race toch uit en behaalde de laatste plaats. De eerste overwinning kwam aan het  einde van het jaar 1902 tijdens de race op het circuit des Ardennes. In de categorie "voiturettes" behaalde coureur  Corre de eerste plaats. De race had een lengte van 512  kilometer en de gemiddelde snelheid was 53,5 km/h. In 1903 werden 7 auto's ingeschreven voor de race Paris-Madrid. Corre behaalde de 13e plaats. Coureur graaf d'Hespel 16e, coureur Aaron de 17e plaats en Persona eindigde op de 23e plaats in Bordeaux. Na deze race begon het een beetje te lopen met de verkopen van zijn auto's die de types E en F meekregen. De F had  een 8 PK 1 cilinder en in 1904 kwam ook een 10 PK versie met 2 cilinder model beschikbaar, beide Dion Bouton motoren. Daarnaast was ook een 4 cilinder van 16 PK met Aster motor leverbaar. In totaal werden er 150 auto's van het type E en 200 van het type F verkocht.
Helaas leek de E sterk op een Renault qua motorkap en zij-radiatoren en had zelfs een directe aandrijving in de versnellingsbak die er nagenoeg hetzelfde uitzag als die van Renault. Corre wist niet dat er pattent ruste op deze onderdelen en pleegde dus plagiaat. Renault startte in 1901 een proces tegen Corre. Dit proces zou het bedrijf financieel te gronde richten en daarom gaf Renault Corre de ruimte tijdens het proces om vrii te adverteren en te produceren. Het proces nam uiteindelijk 5 jaar in beslag.

Corre 1905 type G
Corre
Terront
1907
In 1907 verloor Corre een rechtzaak tegen Renault. De racewagen werd door Waldemar aangepast.

In eerste instantie zou d'Hespel de Grand Prix rijden maar twee dagen voor de race viel hij uit door een ongeluk.
Haastig werd gezocht naar een opvolger en dat werd Joseph Collomb.
1907
Corre 1899
Corre 1899
Corre 1899
1899
Corre die verwoed wielrenner was bouwde vanaf 1895 fietsen in de wijk Levallois-Perret op de 12 rue de Rouvray. Hij introduceerde tijdens de tour de France van 1895 een fietsframe met een aluminium legering. In 1898 was Louis Renault bezig met het bouwen van een vierwielige auto met daarin een motor van Dion-Bouton, die niet achterin maar voorin geplaatst was. Tot ergernis van Renault werd zijn creatie al snel nagemaakt door Dion-Bouton. Corre verkocht deze auto's van Dion-Bouton in dat jaar in de onderneming van Fouillaron aan de 34 rue de Villiers waar hij directeur was. In 1899 begon hij met de fabricage van verschillende drie- en vierwielers  met 1 cilinder motoren van Dion-Bouton. De Dion leverde in die tijd motoren aan en groot aantal fabricanten van driewielers. In 1898 reed Corre de wedstrijden Paris-Bordeaux en Paris-Amsterdam op een driewieler van Fouillaron en in 1900 reed Corre mee in de race Paris-Toulouse-Paris. De winnaars van de wedstijden kregen veel media aandacht wat resulteerde in goede verkopen. Dat wilde Corre ook wel en zo besloot Corre onder zijn eigen naam zelf raceauto's te gaan maken. Zijn huidig pand aan de 12 rue de Rouvray was daarvoor te  klein en zo werd een tweede fabriek  aan  de 37 rue de Villiers in de wijk Neuilly sur Seine te Parijs gebouwd onder de naam "Société Française des Automobiles Corre" en in 1901 was de opening.
Tijdens dit proces ontwikkelde Corre tot 1906 nieuwe wagens van de types G en H. Een coupé uitvoering met type J en een Double Pheaton coupé uitvoering met type K, L, LF, LG, LH en tenslotte een standaard wagen met type M.
Ook werd in 1906 weer een racewagen gebouwd. Een 4 cilinder, 60 pk speciaal voor courreur graaf Pierre d'Hespel. Hiervan werd begin 1907 de motorkap en grill vervangen door Waldemar Lestienne en mocht courreur Collomb hem besturen tijdens de wedstrijd op het circuit van Dieppe. Maar deze auto kon niet concureren tegen de andere wagens die 120 en 130 pk motoren hadden.

Na de proefperiode, die hem opnemen tegen Renault, was Jean-Marie Corre gedwongen om zijn bedrijf te verkopen. Het ziet er dan voor een koper. Een van de ingenieurs om te studeren, Waldemar Lestienne, stelt hij de tussenkomst van zijn vader, Firmin Lestienne, krachtige man, een ondernemer die zijn fortuin maakte in de textiel-en niet alleen deze ene activiteit naar zijn miljarden verkwisten. Man van uitdagingen, de auto is in zijn ogen de meest ambitieuze inzet is opgegeven. Dus kocht hij het bedrijf Corre loop van het jaar 1907, om er zeker van een goede werking te maken. Jean-Marie Corre, ondertussen, begint een nieuw bedrijf onder de naam van Jezus Christus. Het zal blijven bouw van haar modellen in Rueil kleine auto's met 4 cilinder motoren van 8, 10 en 12 pk, verkocht onder de naam Corre, Cor of JC.
Corre & Cie
1907-1915